1. Laat u niet verleiden tot het kopen van producten die u anders ook niet koopt alleen omdat ze in de aanbieding zijn, of de tweede gratis is.
  2. Eet voldoende voordat u boodschappen gaat doen, zo bent u minder vatbaar voor het kopen van “lekkere dingen”.
  3. Neem alleen contant geld mee, reken uit wat u ongeveer nodig heeft aan de hand van uw boodschappenlijstje, tel daar een paar euro bij op en laat de rest en uw betaalkaarten thuis.
  4. Sommige supermarkten hebben een gratis voordeelkaart, neem die als u er regelmatig komt en laat die extra kooppunten zitten! Over voordeelkaarten (en zegeltjes) gesproken: wegen deze echt op tegen de prijzen in de supermarkt? Vaak kunt u ergens anders goedkoper winkelen en van de besparing wel drie keer het product kopen waar u nu voor spaart. Laat u niet binden aan een winkel.
  5. Sommige supermarkten zijn goedkoper dan andere, alleen staat er nog wel eens een lange rij. Ga wat vroeger in de ochtend op zaterdag, dan heeft u nog alle keuze en zijn ze minder druk.
  6. En als u er dan toch bent: haal gelijk voor een week of langer boodschappen, zo ziet u gelijk hoeveel u uitgeeft per week en komt u niet vaker in de verleiding extra dingen te kopen.
  7. Vergelijk de prijzen per kilo of liter en kijk in de lagere schappen, de producten op de schappen op ooghoogte zijn meestal het duurst.
  8. De aanbiedingen bij de kassa zijn er om u extra “impuls inkopen” te laten doen als u langer moet wachten in de rij zodat de eigenaar meer geld verdient, tuin er niet in!
  9. Controleer de kassabon en uw teruggave bij de kassa, als u eens wist hoe vaak kortingen niet worden verleend, te weinig wordt teruggegeven of producten dubbel gescand…
  10. Zit u vaak op marktplaats of in de kringloopwinkel? Stop er mee, de kans is groot dat u dingen koopt die u helemaal niet nodig heeft.